Droom Huis Bouwen

Beste site in Huis Bouwen

img

Verfsoorten | Buitenverven | Deel 2

12 Views
Verfsoorten | Buitenverven
Verfsoorten | Buitenverven

• Structuurverf. Structuurverf is waterige dispersieverf met toegevoegde deeltjes, zoals zilverzand, steengruis (kwarts, mica), houtvezels en porseleinaarde. Sommige van deze verven zijn ook buiten toepasbaar.

• Synthetische muurverf. Deze verf is gewoonlijk op basis van alkydhars en bevat terpentine als verdunningsmiddel. Als hiermee metselwerk buiten wordt gedaan, moet een vochtregulerend (dampopen) soort worden gekozen, vooral op massieve muren.

Voor het schilderen met deze verf mag de ondergrond niet sterk zuigend zijn.

• Zelfreinigende verf. Er zijn diverse verfsoorten die zó zijn samengesteld, dat ze aan het oppervlak langzaam afpoederen. Dit poeder spoelt er dan met regenwater af, waardoor ook het vuil wegspoelt. Zo blijft de verflaag een schoon aanzien behouden. Het oppervlak eronder kan daardoor echter danig vervuilen.

• Cementverf. Het gaat hierbij eigenlijk niet zozeer om een verf, maar om een kwastbare pap van (witte of grijze) cement, alkalibestendige pigmenten en soms wat fijn zand. Het is te beschouwen als een dunne pleisterlaag. Hij hecht niet goed op veel verven en is zelf geen goede ondergrond voor een andere verf. Is alleen met gritstralen te verwijderen.

• Chloorrubberverf. Chloorrubber-muurverf is een niet-ademende verf die goed alkalibestendig is, maar niet bestand tegen langduriger inwerking van oliën en vetten. Verder is hij gevoelig voor organische oplosmiddelen. Hij wordt ook gebruikt om een alkalische ondergrond (zoals verse beton) te isoleren, waarna kan worden afgeschilderd met een alkydverf. De ondergrond moet droog zijn, anders blijft de verf kleven.

Er zijn ook zinkverven (voor staal) op basis van chloorrubber; hierbij kunt u het beste afschilderen met de door de fabrikant aanbevolen aflak.

Adem geen dampen van de verf in; draag een koolstoffiltermasker.

Deze verf kan worden verwijderd met het verdunningsmiddel (xyleen of tolueen) van de chloorrubberverf en soms met thinner (celluloserverdunning). Op steenachtige ondergronden kan hij alleen worden gegritstraald.

• Silicaatverf. Silicaatverf reageert met ondergronden (zoals van steen) die silicium bevatten, en vormt daarmee een vaste verbinding. Silicaatverf is goed dampdoorlatend, maar neemt bijna geen vloeibaar water op. Een oude, verweerde ondergrond, aangetast door zure regen, vol zouten of organische resten, kan echter hechtingsproblemen geven. Veel silicaat-verven zijn tegenwoordig mengsels met onder meer acrylaatdispersie.

• Betonverf. Er zijn verschillende verftypen die als betonverf worden verkocht: waterige dispersieverf op basis van acrylaat, (tweecomponenten)epoxyverf en polyurethaanverf. Chloorrubberverf is prima voor beton, maar onvoldoende slijtvast voor gebruik op de vloer. Verse beton reageert alkalisch, zodat olie bevattende verf gaat verzepen.

• Alkyd(hars)verf. De verf die gewoonlijk op hout wordt gebruikt, vaak ’synthetische verf (en ten onrechte ’olieverf) genoemd, is tevens geschikt voor metalen en steenachtige ondergronden. Verkrijgbaar van hoogglans tot mat. De verf heeft als verdunningsmiddel terpentine, maar nieuwe typen zijn soms op waterbasis. Die laatste zijn wat moeilijker te schilderen en geven een wat minder fraaie afwerking. Een verveloos oppervlak wordt eerst geschilderd met grondverf, en corrosiegevoelig metaal wordt eerst voorzien van roestwerende verf. Alkalisch reagerende oppervlakken (verse beton, vers metselwerk, sommig vers pleisterwerk) tasten alkydverf aan.

Er zijn alkydverven die door de fabrikant vochtregulerend (dampopen) worden genoemd. Het gaat om één-potverven, ook schakelverven genoemd. Daarbij wordt de verf voor zowel gronden als aflakken gebruikt. De dampdoorlating is echter minder naarmate de laagdikte toeneemt.

U kunt de verf afbranden en afbijten.

• High-solidverf. Deze verf op alkydbasis bevat relatief veel bindmiddel en weinig verdunningsmiddel. Als u deze verf te dik opbrengt, geeft dat ribbels in de verf (’schroeien’ genoemd). Verder droogt deze verf iets langzamer dan alkydverf.

U kunt de verf afbranden en afbijten.

• Natuurverf, lijnolie-standverf. De traditionele olieverf, die nauwelijks meer wordt gemaakt. Hij vloeit niet goed, is moeilijk mooi te schilderen, geeft meer kans op zakkers en het geheel doordrogen duurt twee tot wel zes dagen. Bij sommige verven moet het droogmiddel (siccatief) apart worden toegevoegd; bij te veel of te weinig kunnen problemen bij het drogen, rimpels of schroeieffecten ontstaan.

De verf heeft soms terpentijn als verdunningsmiddel, maar dat is niet milieuvriendelijker dan terpentine. De verf vergeelt vrij sterk.

De verf kan worden afgebrand en afgebeten.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *