Vocht aanpakken in kruipruimte

177 Views
Vocht aanpakken in kruipruimte met drainage
Vocht aanpakken in kruipruimte met drainage

Een te hoge grondwaterstand is soms te bestrijden met drainage. Niet dat daarmee de vochtproblemen geheel zijn te verhelpen, maar als er water in de kruipruimte staat, is deze met bereikbaar voor het nemen van de nodige verdere maatregelen. Een drainageleiding rond het huis voert grond- en regenwater af. Als het water echter uit de bodem wordt opgestuwd, is een drainage rond het huis met afdoende.
In beide gevallen is een drainage in de kruipruimtebodem een zekerder en directer oplossing. Deze aanleggen is veel werk, en er kan nogal wat bij fout gaan; bezint dus eer ge begint.

Met drainage

Leg voor zo’n drainage in de kruipruimte centraal een lozingsput aan, 1 а 1,5 m diep, bestaande uit bijvoorbeeld een geperforeerde zware plastic regenton. Wikkel er drie keer kunststof horregaas omheen als fijn filter. Vul de ruimte rond de put op met fijn grind.

Enkele drainageleidingen in de grond, liefst rondom, vanaf de muren, bevorderen een snelle afvoer; maak ze van geperforeerde PVC-afvoer-buizen, met horregaas eromheen en ook liggend in fijn grind om de toeloop van water te bevorderen. Laat deze leidingen schuin op de lozings-put toelopen; ze eindigen in het zand/grindbed om de put.

Het water in de lozingsput wordt met behulp van een dompelpomp met niveauschakelaar automatisch afgevoerd op het riool, via een aan te leggen afvoerleiding. De stroomkosten zijn gering. Controleer geregeld of de drainage met dichtslibt; in dat geval doorspuiten.

Heeft u alleen na regenval water in de kruipruimte, dan kan dat wijzen op ondoordringbare bodemlagen, zoals van klei. Raadpleeg het grondbedrijf van uw gemeente om te weten te komen hoe de opbouw van de ondergrond van uw huis is. Gaat het inderdaad om verdichte lagen, dan kunt u wellicht rondom het huis het wegzakken van neerslag in de bodem bevorderen. Hiertoe moet u een aantal doorgangen graven die door de verdichte grondlagen heen reiken; vul ze met puin en grof zand. Naar die “putten” kunt u uit de omringende bodem drainagebuizen aanleggen.

Zonder drainage

Als u geregeld last heeft van een blank staande kruipruimte, en geen drainage wilt of kunt aanleggen, kunt u proberen als volgt te werk te gaan. Leg 0,2 mm dik polyethyleenfolie uit één stuk (pas op dat u er geen enkel gaatje in maakt) op de kruipruimte-bodem en zo’n 30 cm op tegen de muren. Neem daarboven 10 cm die u dubbelvouwt en zet het plastic dan circa 5 cm onder de bovenrand vast met latjes en betonnagels. Als er dan condens van de muren loopt, kan dat onder de folie lopen.

U krijgt zo een waterdichte bak, die zal drijven als het water eronder stijgt. Bij afvoerbuizen die door deze bak heen moeten, de buis goed stof-en vetvrij maken en de folie er met watervast plakband aan vastzetten, voor een waterdichte afsluiting.

Creëer ook ruimte voor het bewegen van de folie naar boven toe.

Voor deze toepassing bestaat een speciale kruipruimtefolie met gesloten luchtcellen voor een goed drijfvermogen.

De kruipruimtegrond kan ook vochtig zijn door “capillaire” stijging van water uit de ondergrond, ondanks dat het grondwaterpeil lager staat dan het oppervlak van de bodem. Die vochtige kruipruimtegrond geeft een vochtige kruipruimtelucht.

Verdamping aan het oppervlak van de kruipruimtebodem moet worden tegengegaan. De simpelste methode daarvoor is het leggen van dampremmend polyethyleenfolie op de bodem. Neem daarvoor een stevig folie van 0,2 mm dik. Er mogen geen onbedekte plekken o verblijven; de folie moet goed op de muren aansluiten. Laat het daartoe 10 tot 20 cm opstaan en zet het tegen de muren vast. Neem bij meer stukken folie ruime overlappen en plak ze af met watervast band. Maak hier en daar een gaatje in de folie, zodat water dat eventueel op de folie komt, kan weglopen.

Voldoende ventileren

Laatste, maar met onbelangrijkste vereiste is dat de kruipruimte te allen tijde voldoende wordt geventileerd.

Bij houten vloeren op balken moet er minimaal 4 cm?- vrije luchtdoor laat zijn in voor- en achtergevel per m2 vloeroppervlak. Voor betonnen vloeren is dat minimaal 2 cm2 per m2. De ventilatie verschilt echter met de windkracht en -richting, de oriëntatie van de woning en de vorm van de kruipruimte. Bedenk dat ventilatie nooit plassen water binnen aanvaardbare tijd kan laten verdwijnen.

Vooral bij het isoleren achteraf van spouwmuren moet u er attent op zijn dat de ventilatieopeningen van de kruipruimte met verstopt raken. Als er geen speciale ventilatiekokers zijn aangebracht, kan dat verstoppen zelfs naderhand nog gebeuren door uitzakkend isolatiemateriaal.

Is er te weinig ventilatie, dan kunt u nieuwe ventilatieopeningen of -kokers (laten) maken, die altijd van een muizenrooster moeten worden voorzien. Er zijn zelfs speciale kokers met muisdicht rooster voor dit doel te koop bij de goed gesorteerde bouwmaterialenhandel. Ook zijn er ventilatiekokers die tot op de bodem van de kruipruimte reiken.

Zie er bij de ventilatie op toe dat er geen “dode hoeken” zijn. Deze kunnen ontstaan door tussenwanden in de kruipruimte of in bijvoorbeeld een L-vormige kruipruimte. Maak er ook dan ventilatieopeningen bij.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

It is main inner container footer text